zaterdag 19 november 2011

13 - Werkgroep Dordts Impressionisme, periode 1981 - 1985


een interessant stukje Dordts verleden
de Werkgroep Dordts Impressionisme
stelde zich ten doel het werk van de
Dordtse Impressionisten te promoten
en een archief van hun werk aan te
leggen, verder hielden zij een aantal ex-
posities in hun eigen expositieruimte aan
de Nieuwe Haven in Dordrecht
De Werkgroep Dordts Impressionisme heeft maar relatief kort bestaan.
Globaal genomen duurden de activiteiten van deze pleitbezorgers van de Dordtse Impressionisten, als groep, van het voorjaar 1981 tot het einde van 1985. 
Dat jaar werd afgesloten met een presentatie van het werk van de schilder Daan Mühlhaus.

Deze en de voorgaande drie, door de werkgroep georganiseerde, tentoonstellingen konden alleen maar gehouden worden dankzij mevrouw Franciska, 'Tikky,' Buytink, die hen deze ruimte in haar huis aan de Nieuwe Haven in Dordrecht, geheel belangeloos, ter beschikking stelde.

De werkgroep bestond uit Ad Bakker, Bert Jintes, Rein van der Mijle en Peter van Loon, en had zich tot doel gesteld, door inventarisatie en studie, door verzameling van fotomateriaal, publicaties en recensies, en door zelf publicaties en tentoonstellingen van het werk van deze schilders te verzorgen, meer bekendheid voor deze groep schilders te bereiken.
Er was binnen de kringen die deze schilders een warm hart toe droegen nogal wat onvrede over de halfhartige houding die de verantwoordelijken van het Dordrechts Museum ten opzichte van de plaatselijke schilders hadden.




de catalogus bij de tentoonstelling
'Ik mag lijden dat het morgen grijs is.'
in 1980 in het Dordrechts Museum
 rond de Dordtse Impressionisten
gehouden
Natuurlijk organiseerde het Dordrechts Museum in 1980 de tentoonstelling ,,Ik mag lijden dat het morgen grijs is.'' 
Dat was het eerste museale overzicht dat aan deze schilders, die niet eerder groepsgewijs waren samengebracht, gewijd werd.
De tentoonstelling trok veel belangstelling, en werd ook door de landelijke pers opgemerkt en besproken. Maar al snel daarna leek dit initiatief eerder een oprisping dan het begin van een warme aandacht uit overtuiging, van de kant van het Dordrechts Museum, voor deze plaatselijke schilders.

Tekenend voor de houding van de overheidsinstanties m.b.t. deze groep schilders van voor en, in mindere mate, na deze tentoonstelling, is de gang rond het verloren gaan voor Dordrecht van één van de topstukken van het Dordts Impressionisme. 
'Het Zwijndrechts Veer,' van B.M. Koldewey (1859-1898), een groot schilderij dat sinds mensenheugenis in de openbare bibliotheek in de Wijnstraat had gehangen. Dit stuk werd ondanks de protesten van menig Dordtenaar, niet in het Dordrechts Museum onderbracht, waar het thuis hoorde, maar het werd door de gemeente Dordrecht zelfs afgestoten en bij Mak geveild. Daar werd het gekocht door een bekende Zwijndrechtse buizenfabrikant die het schilderij vele jaren later op zijn beurt aan de gemeente Zwijndrecht schonk. Die wisten het schilderij wel naar waarde te schatten. Dordrecht, dat inmiddels iets wijzer was geworden, kon alleen maar toekijken.


de tentoonstelling van het werk van
B.M. Koldewey in 1982 in het Dordrechts
Museum gehouden, leek een logisch
vervolg op  'Ik mag lijden dat het morgen
grijs is,' van 1980, en gaf hoop op meer
van dit soort tentoonstellingen

Het was pijnlijk dat voor deze tentoonstelling
Koldewey's schilderij van het Zwijndrechtse
Veer, dat toen al weer jaren in Zwijndrechts
particulier bezit was, tijdelijk aan de eigenaar 
in bruikleen moest worden gevraagd.
Het schilderij was tijdelijk terug in  Dordrecht 
op de plaats waar het volgens dhr. F.C.Spoel
van het begin af had moeten zijn.
maar na afloop moest het gewoon weer terug
naar Zwijndrecht. Dordrecht had haar rechten
op het schilderij van Koldewey verspeeld 
Er zijn nog sinds de tentoonstelling 'Ik mag lijden dat het morgen grijs is,' in de loop der jaren door het Dordrechts Museum wel enkele tentoonstellingen rond verschillende schilders uit deze groep georganiseerd, maar dat leek zelden van harte te zijn geweest. Vaak moest, voordat zo'n project uiteindelijk eens van de grond kwam, daar eerst de nodige hulp en druk van buitenaf bij om de hoek komen kijken. Dat gold sterk voor de tentoonstelling van M.P. Reus, de meest oorspronkelijke van de Dordtse Impressionisten, en bij de tentoonstelling van Willy Sluiter was er sprake van positieve stimulering van buitenaf.

Dat is bijzonder jammer want een museum van een middelgrote plaats als Dordrecht zou zich niet te groot voor haar eigen, kleinere meesters moeten wanen.
De grondhouding die ik jarenlang als betrokken buitenstaander heb menen te bespeuren is er één van afhouden, negeren, frustreren en in de kiem smoren van allerlei initiatief dat van buiten de eigen organisatie van het museum kwam.


werk van Thomas van Heck 1910-2006 in één
van de zalen van het Dordrechts Museum,
tijdelijk opgehangen ter illustratie en
ondersteuning rond de discussieavond die
in het Dordrechts Museum was georganiseerd
Thomas van Heck ontbrak in de tentoonstelling
 'Ik mag lijden dat het morgen grijs is,' uit 1980
website http://www.thomasvanheck.com/



De werkgroep Dordts Impressionisme is gedurende een korte tijd een zeer bescheiden luis in de pels van het Dordrechts Museum geweest. Uiteindelijk is er in samenwerking met hen in de filmzaal van het Museum nog een discussieavond geweest.
De discussie handelde over de prangende vraag of men binnen het Hollandse Impressionisme überhaupt wel over een eigen Dordtse variant kan spreken.



Ik heb persoonlijk nog steeds wat gemengde gevoelens bij die avond, maar ik bewaar goede herinneringen aan het inrichten en verzorgen in het Dordrechts Museum door ons, als Werkgroep, van een korte en bescheiden tentoonstelling van Dordtse Impressionisten ter omlijsting van de discussie avond.
Het was maar van korte duur, maar voor ons een gelegenheid om een aantal schilders, die er in 1980 niet bij waren, alsnog, zij aan zij met hun andere collega's, aan het publiek te tonen.
Eén van de doelstellingen van de Werkgroep Dordts Impressionisme.




zaal van het Dordrechts Museum, ingericht in samenwerking met de Werkgroep
Dordts Impressionisme, ter ondersteuning van de discussieavond
met op de foto werk van Cor Noltee en Daan Mühlhaus



Marinus Pieter Reus, 1865-1938
wilgenlaantje
olieverf/doek 30x40 cm
voorheen coll. P.v.L.
 part. coll. U.S.A.

één van de schilderijen die op de
eerste tentoonstelling geëxposeerd
werden
De pogingen om het Dordts Impressionistisch vuurtje bij de officiële instanties brandende te houden en dat, sterker nog, extra bij hen op te stoken vonden achteraf gezien te weinig tastbare respons, maar de tentoonstellingen aan de Nieuwe Haven waren daarentegen bijzonder bevredigend om te maken.

We begonnen eerst met twee overzichtstentoonstellingen na elkaar. Daarvoor hadden we de Dordtse Impressionsten in twee groepen gesplitst - een negentiende-eeuwse- en een twintigste-eeuwse generatie. Dat had in de eerste plaats een praktische oorzaak (de beperkte ruimte in het souterrain bij mevrouw Buytink) maar dat kwam ook wel weer goed uit omdat men in feite wel over twee generaties Dordtse Impressionisten mag spreken. Verder hadden wij een aantal schilders, die in 1980 nog ontbraken, aan de oorspronkelijke lijst toegevoegd.




een schilderij van Steef Wijnhoven in een
stukje in de Dordtenaar n.a.v. de tweede
door de werkgroep ingerichte tentoon-
stelling van Dordtse Impressionisten,
met Steef Wijnhoven, Cor Noltee, 
Daan Mühlhaus, Thomas van Heck,
Clement Bezemer en Wim Jansen

bron - dagblad de Dordtenaar
Wijnhoven - coll. Rein van der Mijle






De Werkgroep had geen museale pretenties en dat kon ook niet. Wij hadden niet de mogelijkheden van een museum - met een staf van medewerkers, ruimte en bovendien met een budget tot haar beschikking. De Werkgroep was beperkt in haar mogelijkheden.
Maar de groep bestond uit liefhebbers, met oog voor de kwaliteiten van deze schilders, en dan met name kwaliteit in de werken die vooral buiten, direct naar het motief, waren geschilderd.

In de exposities legden wij de nadruk op de kracht en de kwaliteit van de kleinere spontane buitenstudies - schilderijtjes die in een intieme ruimte vaak beter tot hun recht komen dan in een (te) grote museumzaal.
Hier en daar vulden wij die vlotte schilderijen aan met een groter werk en hingen alles in een bepaald ritme op - vanuit dat uitgangspunt en door improvisatie waren we in staat een aantal aantrekkelijke exposities te verzorgen.


schilderijen van Steef Wijnhoven, Cor Noltee en Daan Mühlhaus
gebroederlijk naast elkaar op de tentoonstelling van de 20e- eeuwse
Dordtse Impressionisten, de tweede tentoonstelling die door de
Werkgroep Dordts Impressionisme op de Nieuwe Haven werd ingericht


In de kringen die het Dordts Impressionisme een warm hart toedragen is er lange tijd een discussie gevoerd of in de lijst met schilders die op de tentoonstelling, 'Ik mag lijden dat het morgen grijs is,' zijn getoond niet enkele namen ontbraken. Daan Mühlhaus, de enige van de getoonde schilders die tijdens de tentoonstelling nog in leven was, heeft wel eens verklaard dat Thomas van Heck (1910-2006) en Wim Jansen (1923-1992) wat hem betreft ook, als de laatste nog levende exponenten van deze stroming, bij het overzicht hadden kunnen (moeten?) worden toegevoegd.

Wim Jansen - 1923-1992
St. Jorisweg in Dordrecht bij avond
een klein schilderijtje op board uit de
verzameling van tekenaar en onder-
nemer Wim Sterk, die enkele keren
als vrijwilliger en suppoost
voor de werkgroep optrad
Hoewel dit altijd een discussiepunt is gebleven wilde de Werkgroep een lans voor hen breken, en hen samen met de Zwijndrechtse schilder Clement Bezemer bij hun tweede tentoonstelling uitnodigen. Een uitnodiging die door hen in dank werd aanvaard.

Voor Wim Jansen, die het in de herfst van zijn leven niet had getroffen met zijn gezondheid, werd dit een extra positieve ervaring omdat hij dankzij een interview met hem op 28 oktober 1983 in de Dordtenaar, en dit n.a.v. de tentoonstelling, nog eens extra voor het voetlicht werd gebracht. De kop van dit interview luidde;
' Kunstschilder Wim Jansen -  Een bescheiden Dordtse Impressionist.' 


 
oproep ter voorbereiding van een tentoonstelling van het
werk van de bijna vergeten Arie Boers (1867-1947)
het hielp natuurlijk niet dat het telefoonnummer foutief vermeld werd
bron - de Dordtenaar


Arie Boers, (1867-1947)
Lezend meisje cat. nr 8
(Adriana, de dochter van de schilder)
tekening/papier
bruikleen particuliere verzameling

de tekening die zowel op het postertje als op de
uitnodiging van de tentoonstelling afgebeeld stond


krantenartikel over de expositie
van het werk van Arie Boers

bron - Het Vrije Volk




De derde tentoonstelling die door de Werkgroep werd georganiseerd was voor het eerst aan een enkeling gewijd.
Het werk van Arie Boers (1867-1947), een amateur, maar in zijn beste werk een gevoelig impressionist. A.Boers was lid van Pictura, en werkte bescheiden in de schaduw van zijn bekendere schilderbroeders. Bij deze tentoonstelling is over de vrij onbekende Arie Boers een eenvoudige catalogus door de Werkgroep samengesteld. Dit paste volledig binnen de doelstellingen die de Werkgroep zich bij haar oprichting gesteld had. De werkgroep zag dit soort activiteiten als een nuttige aanvulling op het expositiebeleid van het Dordrechts Museum.

Dat de Werkgroep bij haar vierde tentoonstelling koos voor de schilder Daan Mühlhaus (1907-19810 laat zich makkelijk verklaren.
De door de Werkgroep georganiseerde tentoonstellingen konden op die plek plaatsvinden dankzij het feit dat mevrouw Franciska (Tikky) Buytink de ruimte in het souterrain van haar huis belangeloos voor dit doel aan de Werkgroep beschikbaar stelde. Het werd in 1985 duidelijk dat Tikky Buytink het zich niet langer meer kon permitteren in dit fijne huis te blijven wonen, en dat zij het in de verkoop zou moeten gaan zetten.

Nu was dit ook het pand waar Daan Mühlhaus het laatste decennium van zijn leven bij Tikky Buytink in huis had gewoond - zij was in feite de laatste vrouw in zijn leven. Daan Mühlhaus had er op de bovenste verdieping zijn atelier, en nadat het een jaar leeg had gestaan leek het opeens een logische keuze dat Peter van Loon er zou gaan wonen en werken. Het lag dus om meerdere redenen wel voor de hand dat deze laatste tentoonstelling er één zou zijn die in het teken van Daan Mühlhaus zou staan.

Daan Mühlhaus/Muehlhaus 1907-1981
Plan C in Rotterdam
olieverf/doek
particuliere verzameling

een onvoltooid schilderij dat in de eerste aanzet is gebleven,
maar daardoor juist zo raak, vlot en krachtig

tentoonstelling Daan Mühlhaus/Muehlhaus 1907-1981
in 1985 door de Werkgroep Dordts Impressionisme georganiseerd
in hun eigen expositieruimte aan de Nieuwe Haven in Dordrecht



Jac. H. Hollestelle (1858-1920)
Zelfportret januari 1919
olieverf/paneel 34x23.5 cm
gesigneerd, voorheen
Kunsthandel G. Vermeulen







De Werkgroep had aanvangkelijk, voordat deze keuze voor Daan Mühlhaus werd gemaakt, nog enkele andere opties op het oog.
Oorspronkelijk had men graag na Arie Boers een tentoonstelling rond Jac.H.Hollestelle (1858-1920) willen organiseren, maar het onderzoek naar deze in 1980 niet getoonde, nog vrij onbekende Dordtse schilder, was op dat moment niet voldoende van de grond gekomen om dit in de beoogde periode te kunnen realiseren.
De Dordtse Kunsthandel G. Vermeulen heeft jaren later, in 2004, een interessante collectie werken van Hollestelle op zijn verkooptentoonstelling van dat jaar gepresenteerd, met zelfs een apart hoofdstukje in de begeleidende catalogus. Daaronder was o.a. het links afgebeelde zelfportret.



Daan Mühlhaus  (1907-1981)
Winter bij Dordrecht
olieverf/doek
destijds particuliere verzameling
Papendrecht
Thomas van Heck, die eerder al door de Werkgroep benaderd was, wilde wel in Dordrecht tentoonstellen, maar alleen in zaal 'Waarheid en Vrede' van het Dordrechts Museum.
Nadat deze opties niet haalbaar bleken vond men dat de keuze op dat moment voor Daan Mühlhaus wel met goed fatsoen en met voldoende argumenten te verdedigen was.
In de oorspronkelijke visie lag het namelijk helemaal niet voor de hand om voor Mühlhaus te kiezen. De voornaamste redenatie hierbij was dat Daan Mühlhaus in 1980 al, als enige nog in leven zijnde schilder onder de geëxposeerde schilders, tijdens 'Ik mag lijden dat het morgen grijs is,' in het Dordrechts Museum, met zijn werk vertegenwoordigd was geweest.
De optie waar de Werkgroep i.v.m. Daan Mühlhaus liever voor ijverde was in feite ambitieuzer; Een overzichtstentoonstelling in het Dordrechts Museum, en als dat (nog) niet haalbaar zou blijken een goede represerntatieve vertegenwoordiging van zijn werk in de Museumcollectie. Het heeft daarna nog jaren geduurd voordat één van Mühlhaus' beste werken, 'Atelier in Pictura,' door het Museum is aangekocht.


de vierde tentoonstelling was aan het werk van Daan Mühlhaus gewijd

De werkzaamheden voor de Werkgroep Dordts Impressionisme kostten vaak veel tijd, geld en energie en de werklast binnen de groep werd ook niet altijd even gelijkmatig verdeeld, Dit leidde binnen in de groep, zoals dat binnen elke organisatie wel gebeurd, zo nu en dan ook wel tot wat ergernissen.

Peter van Loon was eind 1984 met zijn baan bij Ad Bakker gestopt en had voor het onzekere bestaan van zelfstandig beeldend kunstenaar, sinds 1979 zijn droom, gekozen. Omdat hij nu zelf als kunstenaar een eigen bestaan moest gaan opbouwen, in wat ook toen ook een onzekere tijd was, was het niet zo voor de hand liggend zich nog zo enthousiast voor een groepje grotendeels overleden voorgangers in te zetten terwijl hij zijn eigen schildersloopbaan nog van de grond moest zien te krijgen. Vanuit die nieuwe situatie besloot hij eind 1985 de Werkgroep te verlaten. In dezelfde tijd werd het huis van Tikky Buytink verkocht en verdween daarmee het beschikbaar zijn van een expositieruimte.

De Werkgroep Dordts Impressionisme is nooit officieel opgeheven, maar de inzet als groep is daarna nooit meer als daarvoor geweest.
Dat wil niet zeggen dat daarna de individuele ex-leden zelf ook de aandacht voor de Dordtse Impressionisten verloren.

Lid Bert Jintes had er als kunsthandelaar, actief sinds 1976, ook persoonlijk belang bij dat de schilders die hij in zijn Kunsthandel de Rode Deur verhandelde meer aandacht en meer bekendheid kregen. Bij hem sneed het mes dus aan twee kanten. Maar hij was daarbij ook een oprecht liefhebber en hij heeft zich op allerlei manieren veel moeite getroosd de kunst in Dordrecht te promoten. Hij was, zoals zijn Groningse collega Cees Hofsteenge het zo mooi verwoordde, geen schilderijen schuiver.

bovenste helft de uitno-
diging van Kunsthandel
De Rode Deur, onder die
van Museum voor Moder-
ne Kunst, de Rietgors, bij
de twee Cor Noltee ten-
toonstelingen 1999/2000
Dordrecht - Papendrecht

In de periode van de Werkgroep was Bert Jintes verbonden aan de T.H. in Delft en runde hij zijn Kunsthandel naast zijn functie in Delft samen met zijn vrouw, Addie Jintes-Mulders.
Op een zeker moment besloot hij zijn werkzaamheden aan de T.H. in Delft te beëindigen en koos hij voor de Kusthandel en daarbij een nieuwe studie, kunstgeschiedenis in Leiden.
Hij studeerde in 1992 af, met een scriptie over de kunstnijveraar en medailleur Chris van der Hoef (1875-1933). Deze scriptie is in 1994 door het Drents Museum bij een tentoonstelling als boek uitgegeven.


Cor Noltee - Breed gezien
boek over de schilder Cor Noltee
auteur - Drs. L.F. Jintes, 1999
uitgeverij
van Spijk Art Projects, Venlo





Een stageproject dat hij tijdens zijn studie kunstgeschiedenis uitkoos was onderzoek naar de Dordtse Impressionist Marinus Pieter Reus 1865-1938. Pikant detail was toch wel dat hij deze stage in het Dordrechts Museum heeft doorlopen, de instantie en de mensen waar hij zoveel gemengde gevoelens bij had.

Bert Jintes heeft altijd bijzonder veel met het werk van Cor Noltee 1903-1967 op gehad, hij had goede contacten binnen de familie van Noltee waardoor hij veel werk van Cor Noltee in zijn winkel verkocht heeft. Het wekt dan ook geen verwondering dat hij het op zich nam het boek over deze Dordtse schilder, die wel 'de Dordtse Breitner' genoemd werd, te schrijven.
Gelijktijdig met de presentatie van het boek in 1999 hield Bert Jintes in zijn kunsthandel een verkooptentoonstelling van de werken van Cor Noltee, en organiseerde hij in samenwerking met het Museum voor Moderne Kunst, de Rietgors, in Papendrecht, een overzichtstentoonstelling.



Daan Mühlhaus zowel bij
Kunsthandel de Rode Deur
als in het museum voor
Moderne Kunst de
Rietgors in Papendrecht
In een soortgelijk samenwerkingsverband tussen Bert Jintes en het Museum voor Moderne Kunst, in Papendrecht, in de gedaante van haar conservator, Adrie Mouthaan, is rond de kunst van Daan Mühlhaus ook nog een dubbeltentoonstelling georganiseerd.
Helaas ging dit in het geval van Mühlhaus niet gepaard met het gelijktijdig verschijnen van een boek zoals dat bij Cor Noltee wel het geval is geweest.
Maar bij Cor Noltee verscheen eerst het boek en is daar later pas de tentoonstellings gelegenheid bijgezocht.
Een voorstel om dit in het Dordrechts Museum, of, als dat niet zou lukken, in Pictura te laten gebeuren zijn toen gestrand op starheid. Weer stuitte het op een gebrek aan piëteit met, en een gebrek aan visie voor, bij de instanties voor het (lokale?) belang van zo'n gebeurtenis in de stad waar Cor Noltee zo lang gewoond en gewerkt heeft. Gelukkig hadden we toen in de regio nog een alternatief, het Museum voor Moderne Kunst, de Rietgors, in Papendrecht. Inmiddels behoord dit sympathieke museum ook al weer jaren tot de geschiedenis.(zie de website http://www.museumderietgors.nl/ )
Bert Jintes gaf bij die gelegenheid in de Rietgors, een lezing en Peter van Loon hield bij de werken van zijn mentor, Daan Mühlhaus, een rondleiding.


catalogus M.P. Reus bij de
in 1989 in het Dordrechts
Museum gehouden ten-
toonstelling van zijn werk
R.A.(Rein)van der Mijle, weer een ander lid van de Werkgroep, gaf in het dagelijks leven leiding aan het gelijknamige natuursteenbedrijf van der Mijle in Dordrecht. Hij was indertijd een verwoed verzamelaar van kunst, met bijzondere voorkeuren voor Thomas van Heck, die hij goed kende, en Marinus Pieter Reus, naar wiens levensgeschiedenis hij jarenlang consigneus en liefdevol onderzoek verricht heeft. Het is wel voor te stellen dat hij even vreemd opgekeken heeft toen Bert Jintes tijdens zijn stageproject uitgerekend voor 'zijn Reus' koos.


M.P. Reus 1865-1938
een Dordts Impressionist
door Rein van der Mijle
i.s.m. de Vereniging Oud-Dordrecht
door veel plaatselijke firma's ge-
sponserd in 1998 uitgegeven

In de catalogus die bij de met te weing gevoel voor Reus georganiseerde tentoonstelling in het Dordrechts Museum werd uitgegeven werd opvallend genoeg wel R.A.van der Mijle voor zijn medewerking bedankt, maar de naam van stagiair Bert Jintes werd niet genoemd. Peter van Loon, die zijdelings met de tentoonstelling  te maken kreeg (doordat het Museum tien tekeningen van Reus uit zijn verzameling voor de tentoonstelling heeft gebruikt), is er oprecht van overtuigd dat de Reus tentoonstelling in de handen van de stagiair Jintes beter recht aan M.P. Reus zou hebben gedaan dan de mensen van het Museum. Het waren vooral de schilderijen van Reus die niet voldoende goed zijn bijeen gezocht.
Zonder al teveel te overdrijven was dit een echt gemiste kans!

Men moet voor Reus een speciale neus hebben. Prachtig en treffend verwoord door een andere Reus verzamelaar; ,,Een goede Reus moet iets lulligs hebben!'
Het onderzoek dat R.A.van der Mijle al die jaren naar M.P. Reus heeft verricht heeft gelukkig in 1998 geresulteerd in een meer uitvoerige uitgave. Eén met meer levensverhaal, gewijd aan de droevige geschiedenis van deze unieke Dordtse Impressionist. Een uitgave die mogelijk werd dankzij de sponsoring van vele bedrijven en in samenwerking met de Vereniging Oud-Dordrecht tot stand kwam.

Peter van Loon, de initiatiefnemer van de Werkgroep, de enige die officieel stopte met de werkzaamheden voor de werkgroep stond als jongste van het gezelschap nog aan het begin van zijn loopbaan. Waar hij heel erg op afknapte was de heersende kruideniersmentaliteit, het gebrek aan visie, het in hokjes denken en het ontbreken van een echte drive om naar betere verhoudingen te werken in het Dordtse.

Als gevoelsmens moest hij altijd denken aan het citaat dat de samenstellers van de tentoonstelling - 'Ik mag lijden dat het morgen grijs is.'gebruikten om die tentoonstelling deze naam te geven. Dat was een citaat uit een brief die de in Dordrecht geboren kunstenaar Jan Veth aan zijn verloofde schreef, - ik citeer de pasage die in de catalogus wordt aangehaald,

'...Ik mag lijden dat het morgen grijs is. 't Is zo heerlijk om rustig buiten te zitten werken. Dan voel ik mij het gelukkigst. Zoo naar de Dordtse menschen zijn, zoo lief zijn mij hier de omstreken. O ik weet menig plekje waar heerlijke dingen van zijn te maken. Zie je zooveel karakter heeft de natuur hier, vooral 's winters. Als ik hier vandaan ga is 't altijd omdat het leven elders opgewekter is maar mooier dan hier heb ik het nooit ergens gezien...

19 februari 1887. Dordrecht, brief van Jan Veth aan zijn aanstaande vrouw

Beter kan ik het niet verwoorden. Wat mij de keel uit ging hangen was het voortdurende gekonkel in het wereldje. De kunsthandelaren Vermeulen en Jintes waren water en vuur en vlogen elkaar regelmatig verbaal in de haren, het Museum hield alle initiatief van buiten ver van zich af, de nalatenschap van mijn mentor Mühlhaus werd buitengewoon slecht beheerd, etcetera. De scheiding met Bakker ging zo weinig opbouwend dat mevrouw Buytink, mijn getuige, jarenlang er geen goed woord voor die mentaliteit en gebeurtenissen, voor en achteraf, over had.
Nooit zal ik de woorden vergeten; 'Nu ga je zeker je hand bij de overheid ophouden!' Ik had het voor lange tijd wel met de wereld waar mijn wortels lagen gehad.

Maar het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.
daanmuhlhaus1907-1981nl.blogspot.com


Franciska (Tikky) Buytink 75 jaar
volgens Bert Jintes de Peggy Guggenheim van Dordrecht
viering in het geheim buiten haar medeweten om georganiseerd door
 de vriendengroep die uit de periode Werkgroep Dordts Impressionisme
voortgekomen was.
Nu moet een kind zich ook van zijn ouders losmaken om zelfstandig te kunnen worden, misschien had het daar ook mee te maken, - zo'n proces gaat vaak met strubbelingen en een zich afzetten tegen het voorgaande gepaard. Op zich een volkomen natuurlijk proces.

Dat ik mijn wortels niet helemaal vergeten ben en ze nooit volledig verwaarloosd heb is ruimschoots op dit blog terug te lezen. Voor mij werd dit blog, vijfentwintig jaar na dato, een manier om alsnog iets terug te betalen aan die wereld. De wereld en de schilders waar ik door puur toeval op mijn zeventiende mee in aanraking kwam.

Naast deze bloemlezing heeft Peter van Loon op dit blog, http://www.eenschilderindordrechtnl.blogspot.com/ meer over deze wereld gepubliceerd, in het bijzonder over zijn mentor Daan Mühlhaus/Muehlhaus 1907-1981. Een bundeling daarvan is te vinden op de Daan Mühlhaus-site http://www.daanmuhlhaus1907-1981nl.blogspot.com/
Andere door Peter van Loon geschreven artikelen kunt u via de rechterkolom vinden.
Zie het blogarchief of raadpleeg de labellijst.

Naar ik begrepen heb valt de A.P. Schotel tentoonstelling(gen) in mei 2012 te verwachten Gelijktijdig hiermee ligt het in de bedoeling dat dan het boek , geschreven door kunsthistoricus Carole Denninger, over A.P. Schotel, waar nu nog hard aan wordt gewerkt, zal verschijnen.

Misschien bent u op zoek naar aan dit onderwerp verwante boeken en catalogie, Peter van Loon kan u aan verschillende titels helpen. Inlichtingen telefoon 078 6145913 email peter1959.2009@hotmail.com


Dordrecht en de Dordtse Impressionisten
raambilletten/posters en boeken



bovenhelft, interview door Peter Punt in de Dordtenaar
najaar 1982

aan de vooravond van de eerste door de Werkgroep
georganiseerde expositie aan de Nieuwe Haven in Dordrecht



onderhelft, interview met Peter Punt in de Dordtenaar
najaar 1982
bron - dagblad de Dordtenaar



27 november 1982
recensie  Peter Marijnissen
n.a.v. de eerste door de
werkgroep georganiseerde
tentoonstelling
bron. Het Vrije Volk

krantenartikel n.a.v. een tentoonstelling
van Wim Jansen (1923-1992) in het
baggermuseum in Sliedrecht



Dordtse Impressionisten, tijdgenoten en verwante
kunstenaars in kaart en boek


de uitnodiging  met de namen van de
oorspronkelijke tentoonstelling

Arie Boers, Dooiweer, afgebeeld op de uitnodiging voor de
tentoonstelling Winters van museum 'De Rietgors,' in Papendrecht in 81/82
Adrie Mouthaan vervulde als conservator van museum 'De Rietgors,'
met zijn museumbeleid een rol die het Dordrechts Museum niet had misstaan

uitnodiging (achterkant) voor de toonstelling Winters in 81/82
in ' De Rietgors,' museum voor Moderne Kunst in Papendrecht

artikel n.a.v. de schenking van het schilderij
het Zwijndrechts Veer geschilderd door
B.M. Koldewey in 1896, door dhr. van Leeuwen
aan de gemeente Zwijndrecht


aankondiging discussieavond
februari 1984

brochure bij de Noltee tentoonstelling
in het Museum voor Moderne Kunst.
de Rietgors, in Papendrecht, 1999/2000

Roland Larij 1855-1932
boerderij in Heeze, olieverf/doek
voorheen verzameling P.v.L.
bron, de Dordtenaar

de afbeelding van dit schilderij door
Roland Larij komt uit het artikel dat de
Dordtenaar wijdde aan de oprichting van
De Werkgroep Dordts Impressionisme.

De Dordtenaar wilde oorspronkelijk een
foto van de vier oprichters opnemen,
maar wij vonden dat het niet om ons
maar om de schilders en hun werk ging.
Daarom is in overleg met de auteur
voor dit schilderij van Roland Larij,
de Nestor van de groep, gekozen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen